maandag 16 juli 2012

Vroegâh

Vroeger kon je nog wel eens lekker met iemand discussieren over allerhande onderwerpen. Hard en meedogenloos werd dan de ene stelling na de ander op tafel gesmeten waarna degene die het er niet mee eens was bijkans van zijn stoel viel van verontwaardiging en met de nodige stemverheffing zijn tegenargument in de strijd wierp.

Vroeger konden die discussies ook bestaan uit louter argumenten omtrent het besprokene en eigenlijk helemaal niet op de man gespeeld worden. Dat heette debatteren of discussiëren of zelfs disputeren.

Ik heb zulke disputen nog wel eens met vriendje Rob. Onder het genot van een lekker glaasje bier kunnen wij heftig discussieren over allerhande onderwerpen: politiek (hij D66, ik SP), muziek (hij Phil Collins, ik gruw ervan), of een synthesizer nu een instrument is of een apparaat (hij instrument, ik apparaat), dat soort zaken.
Soms gaat de discussie er zo heftig aan toe dat wel allebei pisnijdig zijn en elkaar "voor straf" een paar weken niet aankijken. Dat is gewoon lekker! Al blijven we elkaar in die paar weken dan wel gewoon gedag zeggen. Dat niet aankijken behelst eigenlijk niet meer dan een elkaar toegeworpen blik die zegt: "Ik ga even niet meer met jou in discussie."

Op een gegeven moment, een moment dat niet nader te omschrijven is, is die situatie over en hebben wij gewoon weer onze gesprekken als vanouds. We hebben dan ook een gezamenlijk belang: we verblijven met enige regelmaat in dezelfde ruimte, zoeken ons vertier in dezelfde omgeving en gaan met dezelfde mensen om. Het zou natuurlijk van een bedroevende trieste instelling getuigen dat gezamenlijke belang te schaden.

In de Alphense politiek gaat dat een béétje anders.
Ik heb ooit in een reactie op Alphens.nl een indruk gegeven die ik had van Ruud Gebel, de fractievoorzitter van de VVD. Ik kende de man niet en ik ken hem nog niet. Wanneer ik hem tegenkom in het stadhuis draait hij zich ostentatief om en beent weg. Ik schreef mijn indruk naar aanleiding van een column die hij zelf geschreven had. Het ging hier om het gedrag van Ruud dat ik niet in overeenstemming vond zijn met wat hij zelf schreef. Het ging om geïnformeerd vertrouwen waar hij over schreef en waarbij ik constateerde dat er geen of veel te weinig informatie werd verstrekt en het dús niet gek is dat ik hem niet vertrouw. Waarover is nu even irrelevant. Het ging ook over de wijze waarop Ruud meende te meten melden waaróm wij de Alphense politici moesten vertrouwen. Zij waren immers gekozen, zij werden er immers voor betaald en dús waren zij terzake kundig en moest het electoraat zijn waffel maar houden. Ik toonde slechts de ridiculiteit van deze stellingname aan.
Het gevolg was dat Ruud en plein publique (want: op Twitter) meende te moeten melden dat hij "zoiets niet hoeft te pikken van een min mannetje". Dit uiteraard in volle tegenspraak met zijn stellingname dat men en plein publique beschaafd en netjes met elkaar dient om te gaan. 
Ruud meende mij daarom te moeten blokkeren op Twitter. Dat is natuurlijk zijn goed recht, de functie zit er niet voor niets op, maar het tekent natuurlijk wel de onmacht en de onwil om te luisteren naar wat een ander te vertellen heeft.

Voor dat u nu denkt dat het hier alleen om Ruud Gebel gaat: Nee hoor! Ook René Driesen, de fractievoorzitter van GroenLinks, kan er wat van. En bij de discussie met René ging het niet eens over politieke zaken. Nee, het ging over of The Cats, u weet wel, die Volendamse band rond Piet Veerman, bagger was of niet. Zo'n lekker typische kroegdiscussie die ten diepste natuurlijk nergens over gaat, maar waar ik vanuit mijn vaktechnische inzichten (muziek en theater) best iets zinnigs over te vertellen heb. Deze kroegdiscussie vond overigens op Facebook plaats.
René vindt het niet kunnen dat iets wat hij mooi vindt op grond van vaktechnische argumenten door ondergetekende als bagger wordt bestempeld en besluit de blokkeerfunctie te gebruiken. Ontvrienden of ontvolgen is niet voldoende, nee nee. Blokkeren die hap!

Van beide heren is dat natuurlijk van een bijzonder kinderachtig niveau. Toch neem ik het beide heren niet kwalijk, mits ze na 2013 niet meer terug te vinden zijn in de Alphense raad.
Stelt u zich eens voor dat hetzelfde gebeurt in de Alphense raad. Er wordt iets gezegd door één der raadsleden en ergens, op een andere stoel, wordt een bordje omhoog gehouden waarop met chocoladeletters "GEBLOKT" is geschreven. De wereldpers zou ervan smullen!

Beide heren hebben niet door dat social media als Facebook en Twitter niet alleen maar "leuk voor erbij" is, maar dat die social media tegenwoordig van het allergrootste belang is om jezelf te profileren als politicus en te vernemen wat "de burger" denkt, ook al "like" je het niet. Door mensen te blokkeren geef je slechts aan dat je geen interesse hebt in datgene wat er leeft onder de bevolking, dat je je slechts richt op de grote zwijgende meerderheid, het stemvee, ten einde na de verkiezingen gewoon door te gaan met datgene waar je geen verstand van hebt.

Beide heren zien niet dat wij hier een gezamenlijk belang hebben: Alphen aan den Rijn heet dat gezamenlijke belang. Van harte hoop ik dan ook dat men zich, bij zowel de Alphense afdeling van de VVD als de Alphense afdeling van GroenLinks, gaat realiseren dat men beter af is met een aantal mensen die wél in staat zijn mee te gaan in de vaart der volkeren, die wél in staat zijn, zoals vroegâh, gewoon eens lekker boos te zijn op iemand die zijn waffel opentrekt, maar vervolgens toch de beschaafdheid in acht kan blijven nemen om te blijven luisteren. "Like" it or not!

Maar ik maak me geen illusies hoor! Ik loop al wat langer mee dan vandaag! Het zou zomaar kunnen dat politici nu na gaan denken over hoe social media tóch te implementeren is in de moderne politiek.
Ik weet bijna zeker dat het eerste punt op de agenda van de eerste raadsvergadering na het reces is of het laten maken van blokkeerbordjes voor in de raadsvergaderingen Europees moet worden aanbesteedt of niet!

Pax tecum!

vrijdag 6 juli 2012

krokodillentranen

Tandartsen huilen dikke krokodillentranen. De prijzen zouden moeten dalen. Dat was het idee. In tegenstelling tot dat idee zijn de prijzen gestegen met ruim 9 procent. Volgens eigen onderzoek van de tandartsen zelf (de slager die zijn eigen vlees keurt) met "slechts" 4 procent.

Zij begrijpen kennelijk niet dat, of het nou 4 of 9 procent is, het in beide gevallen niet de bedoeling was.

En dan de huilerige drogredenering dat de overheid het anders zelf wel met 3 procent had verhoogd. Dat zou dan hoogstens een inflatiecorrectie zijn geweest.

Wat Nederlandse tandartsen (die hun in loondienst werkende collega's neerbuigend aanduiden als niet-praktiserend) graag gevoelen is dat zij vooraleerst ondernemer willen zijn en dan pas tandarts.

Dat is mijns inziens net even de omgekeerde wereld. Mijn opmerking aan graaiende tandartsjes is simpel: je koopt maar een minder dikke auto, en als je zonodig de ondernemer wil uithangen dan huur je maar een marktkraam waarin je de zakdoeken gaat verkopen voor al die grote krokodillentranen!

Pax tecum!

donderdag 28 juni 2012

De Alphense Raad van Elf

De gemeenteraad van Alphen aan den Rijn heeft tegen de fantasienaam Rijn en Gouweland gestemd. Dat is slecht nieuws voor de bevolking van Boskoop en Rijnwoude waar de bevolking en masse vóór die naam koos en waar hun gemeenteraden vervolgens mee instemden.
Uiteindelijk heeft de gemeenteraad van Alphen aan den Rijn ook gekozen in overeenstemming met de uitslag van de Alphense volksraadpleging. 82% van de Alphense bevolking koos immers voor de huidige naam.

Maar er moet me toch iets van het hart. De uitslag van de gemeenteraads-stemming alhier was niet unaniem.
Hoe serieus wordt het electoraat nog genomen als een volksraadpleging met een zo'n overduidelijke uitslag (nog maar een keer: 82% koos voor Alphen aan den Rijn) door verschillende raadsleden simpelweg wordt genegeerd. En dan nog op grond van allerlei partijpolitieke muizenissen en proceduregezwets.

Er was al eerder sprake van dat men in de gemeente algemeen gevoelt dat het College van B&W én de gemeenteraad beslist niet luisteren naar hun eigen electoraat, maar nu staat het simpelweg zwart op wit.

Maar liefst 11 raadsleden konden het kennelijk niet zoveel schelen wat u en ik, de Alphense Burger, het potentiele electoraat, er van vonden. Dat geeft ook niet, lijken die 11 te denken, want de gemeenteraadsverkiezingen zijn nog ver weg. 

Geeft verder niks. Het is klaar. De bal ligt nu bij het Rijk en die kiezen automatisch voor de naam van de grootste gemeente. Het wordt dus Alphen aan den Rijn. O ja... Boskoop is niet in haar nopjes en dreigt te stoppen met het fusieproces. Dat dat helemaal niet kan met een gedwongen fusie komt niet bij ze op kennelijk. Een lachertje dus. Ja, je kunt lachen hoor met die mensen uit de Alphense woonwijk Boskoop.

Terug naar Alphen. Zoals U nu door die raad van 11 niet gehoord bent, zo bent u in het verleden niet gehoord over zwembad de Thermen, niet over de herinrichting van wlke zijde dan ook en zo wordt u ook niet gehoord inzake dat cultuurhuis.

Van harte hoop ik dat Alphenaren in de komende tijd nu eens massaal in beweging komen en duidelijk maken dat gemeenteraadsleden er zitten dóór en vóór de bevolking en niet andersom! Beslissingen als deze moeten niet genomen worden op grond van allerlei partijpolitieke non-argumentjes, maar op grond van het argument dat je, als raadslid, juist bij dit soort politiekoverstijgende zaken, er daadwerkelijk zit voor de hele bevolking. Goed, 82% is niet echt de hele bevolking, maar het is een end in de richting.

Pax tecum!

maandag 16 april 2012

Alphens Bos te Koop in het Rijnwoud!

We kunnen stemmen op een nieuwe gemeentenaam voor de nieuwe fusiegemeente tussen Alphen aan den Rijn, Boskoop en Rijwoude. Dat is natuurlijk geweldig, maar op de één of andere manier is er een volslagen onevenwichtig idee doorgedrukt, namelijk dat de stemmen gewogen gaan worden. 

Stemmen uit Alphen aan den Rijn tellen 1 keer, die uit Boskoop bijna 5(!) keer en die uit Rijnwoude (wat al een fantasiefusienaam is) bijna 4(!). Iemand heeft bedacht dat het wel "eerlijk" zou zijn om de stemmen uit Boskoop en Rijnwoude zwaarder te laten wegen omdat er in Alphen aan den Rijn nu eenmaal meer mensen wonen. 
Misschien ben ik diep van binnen een beetje blond, maar volgens mij heet dat democratie. De meeste stemmen tellen! 

Ik vraag mij oprecht af hoe dat straks ná de fusie gaat bij de gemeenteraadsverkiezingen. Tellen de stemmen van stemgerechtigden in Boskoop en Rijnwoude dan ook zwaarder omdat er minder mensen wonen? Nee, natuurlijk niet. Één stemgerechtigde persoon is één stemgerechtigde persoon is één stem! Niet vijf!

Gelukkig wordt niemand in de huidige drie gemeenteraden gehinderd door enige elementaire kennis van zaken op het gebied van de basisprincipes van de moderne westerse democratie, laat staan dat ze gehinderd worden door enig besef over het feit dat ze op hun plekjes zitten, door, namens en vóór het volk. 
Dat hebben we al mooi gezien destijds met het geëmmer rond de herbouw van zwembad de Thermen, (dat nu overigens de "schitterende" naam Aquarijn gaat krijgen) en waar de gemeenteraad uiteindelijk met hangende pootjes de wil van de bevolking moest uitvoeren en we hebben het gezien bij alle plannen voor de bouw van het omstreden cultuurhuis. En nu, beste lezer dezes, zien we dat bij dit fusieproces waarover ons als burger óók al niets gevraagd is.
En even voor de duidelijkheid: het levert ons als burger het volgende op: Burgemeester en Wethouders, alsmede de raadsleden zullen een hogere vergoeding uitbetaald gaan krijgen en de gemeentelijke heffingen zullen navenant omhoog gaan. Meer niet! Het moet toch érgens van bekostigd worden, niet waar? Maar dat laatste even terzijde.

Zo langzamerhand begint zelfs de Herr te twijfelen aan de oprechtheid van de door ons gekozen "volksvertegenwoordigers" omtrent datgene wat goed is voor u en mij, de "gewone" burger. En dat wil heel wat zeggen voor een oud-leraar maatschappijleer. Het zal er op neer komen, met deze vreemde eend in de schijndemocratische kiesbijt, dat wij straks opgescheept zitten met een volslagen idiote naam die geen enkele historische grond heeft, maar die gewogen gekozen is uit een aantal opties die "marketingtechnisch" lekker bekken. 
De enige optie om deze gotspe te stoppen is een rechtzaak aanspannen tegen deze volslagen ondemocratische gang van zaken. 
Zou er iemand de centen en het lef voor hebben?

dinsdag 6 december 2011

Waarom nou niet?

Een week of twee geleden ben ik een petitie begonnen tegen de plannen van de gemeente Alphen aan den Rijn om een cultuurhuis te bouwen aan het Thorbeckeplein.
Toen ik daarmee begon verwachtte ik flink wat reacties van mensen. Positieve en negatieve. Het aardige is dat ik geen enkele negatieve reactie heb gekregen, werkelijk geen enkele. Zelfs Dhr. Gebel heeft zich verwaardigd mij een mail te sturen waarin hij een verhelderende vraag stelde, maar geen negatieve reactie op mijn initiatief.
Uiteraard heb ik wel verschillende vragen gehad die nu leiden tot het schrijven van dit blog.
De meest opvallende vraag, en wellicht ook de meest legitieme, was: “Maar beste Herr, je bent zelf een acteur, een man uit de culturele sector, een linkse hobbyist! Nu geeft een rechts college 25 miljoen uit aan cultuur en dan ben je er nog tegen! Hoe kan dat nou?

Welnu, waarde lezeressen en lezers, dat zal ik dan eens, met uw welnemen, haarfijn en puntsgewijs uitleggen:

1.                  De gemeente geeft geen 25 miljoen uit aan cultuur. De gemeente is van plan 25 miljoen uit te geven aan een pand. De kosten die gepaard gaan met de culturele instellingen die daar in zouden moeten trekken zitten niet verdisconteerd in die 25 miljoen. In de openbare voortgangsnota over het cultuurhuisproject wordt vooralsnog alleen maar gesproken over de kosten die het hele bouwproject moet gaan kosten. Er wordt gesproken over vertrouwelijke bijlagen die er vervolgens niet bij zitten. Dhr. Roest (gemeenteraadslid voor de PvdA) vindt dat logisch. “Anders zouden ze niet vertrouwelijk zijn hè?” weet hij op badinerende toon via Twitter te melden. Wij, de burger, mogen dus kennelijk een aantal zaken rondom dit project niet weten. Uiteraard zijn die vertrouwelijke stukken via de bestuursrechter heus wel boven water te krijgen, maar het schept weinig fiducie in het zogenaamde “geïnformeerde vertrouwen” waar de Alphense coalitiepartners, bij monde van VVD-fractievoorzitter Dhr. Gebel, het zo graag over hebben.  Er wordt nergens gesproken over een exploitatiebegroting behalve dan dat de gemeente zich alvast wel rijk rekent door alleen de horeca-baten al op ruim 350.000 euro per jaar te begroten.
Een kind kan nog bedenken dat medewerkers van Het Streekarchief zich na hun werk niet laten vollopen in het geplande horeca-establissement. Ook zie ik bibliothecarissen dat op de één of andere manier niet doen. En het lijkt tevens niet waarschijnlijk dat alle kinderen die de muziekschool bezoeken zich na hun lessen te buiten gaan aan waarschijnlijk peperdure versnaperingen. Het is derhalve een tamelijk ridicule vooronderstelling dat alleen de horeca binnen het pand zo veel zou opleveren. Iedere instelling heeft zijn eigen koffiemachientjes wel staan en laten we nu niet denken dat het salaris van een streekmuziekschoolleraar, een archivaris of een bibliothecaris het toestaat om met enige regelmaat te duur geprijste broodjes aan te gaan schaffen. Een gotspe. Dat is het!

2.                  Dat laatste brengt mij bij punt 2 zoals u ziet. De verschillende culturele instellingen die gebruik moeten gaan maken van dit pand krijgen hebben in dit plan een groter aantal vierkante meters ter beschikking dan dat ze nu hebben. Dat is natuurlijk fantastisch. Het betekent echter ook dat de verschillende instellingen méér huur zullen moeten gaan betalen. Dit zal uiteraard, in het geval van de muziekschool betekenen dat de lesgelden significant omhoog zullen gaan waardoor minder mensen gebruik zullen kunnen gaan maken van het aanbod. Het is voor een hele hoop mensen nu al bijna niet te betalen. Voor de bibliotheek betekent het minder budget om nieuwe titels aan te schaffen en voor de andere instellingen is de rekensom eenvoudig zelf te maken.

3.         Er wordt in het plan ingezet op een gezamenlijk gevoerde “leden”administratie. Persoonlijk zie ik niet in hoe je de leden van het streekarchief, als die al leden hebben, op één hoop kunt gooien met de leden van de bibliotheek en de leerlingen van de muziekschool. Deze verschillende instellingen hebben een totaal verschillend administratief systeem nodig om hun eigen achterban te volgen en te bedienen. Het is derhalve een vanachter een gemeentehuisbureautje bedachte hoge hoed oplossing.
Neemt u van mij aan dat iedere instelling koste wat het kost de eigen toko zullen willen beschermen met het oog op de eigen identiteit en achterban.
Hetzelfde geldt voor de beoogde gezamenlijke marketingstrategiën. En zo kan de Herr nog wel even doorgaan.

4.                  Alle vier of vijf instellingen hebben hun eigen directeur. En dat blijft zo. Er wordt namelijk niet ingezet op een fusie tussen al die instellingen. Gelukkig maar! Dat betekent in de praktijk dus dat in het nieuw te bouwen pand een complete verdieping zal ontstaan met directiekamers, vergaderruimten, multipurposerooms (die ws. wél gedeeld zullen moeten worden). We kunnen hooguit er van uit gaan dat er administratief iets samen gedaan gaat worden. Daar wordt immers op ingezet. Onterecht en vanuit een dikke-duim-idee, maar toch.

5.         Er is naar mijn smaak te weinig onderzocht wat de alternatieven zijn, óf ze er zijn, en of ze wellicht goedkoper uit zijn met die alternatieven. Als daar al onderzoek naar is verricht, worden burgers als U en ik daar niet over ingelicht. Wéér een knauw ten aanzien van dat geïnformeerde vertrouwen.
Er staan in Alphen aan den Rijn talloze gebouwen leeg. De oude Bonifaciusschool, het oude Nutsgebouw bij het station enz. enz. enz. Me dunkt dat met een fractie van de momenteel geplande 25 miljoen dit soort panden geschikt kunnen worden gemaakt voor “bewoning”, als het al nodig is dat er verhuisd dient te worden.
Het is waar dat verschillende culturele instellingen klagen over hun huidige onderkomen. Het is waar dat er het één en ander moet gebeuren onder Eenhoorns Paraplu. Maar waar zijn de alternatieven? Waar zijn de onderzoeksresultaten daarvan?
Op deze wijze lijkt, en ik herhaal het woord LIJKT, het een prestige object te worden van een enkele wethouder.

6.                  Soortgelijke en vergelijkbare projecten in andere plaatsen (Amersfoort, Tilburg), laten zien dat de kosten van de bouw en de exploitatie van dit soort initiatieven uiteindelijk vele malen hoger uitvallen dan aanvankelijk begroot. Zo’n zelfde geval hebben we hier in Alphen aan den Rijn al gehad met ons onvolprezen gemeentehuis. Het is vele malen duurder uitgevallen dan geplanned, er lijkt een sick-buildingsyndroom in op te treden bij de mensen die er werken en heeft u laatstelijk nog naar de ramen gekeken?  Daar zouden bomen op te zien moeten zijn, maar er is niemand geweest die de glazeniers hebben gewezen op het feit dat ze de ramen er verkeerd aan het inzetten waren. Toen ze er eenmaal inzaten was het te duur om te laten herstellen. We zitten derhalve opgescheept met een potentieel mooi pand dat er niet uitziet. Dit “mooie” visitekaartje kostte destijds een wethouder zijn positie. Deze zelfde wethouder zit nu weer op dezelfde post die hij destijds gedwongen moest verlaten en is een warm voorstander van dit cultuurhuisproject. Kunt u het nog volgen beste lezeressen en lezers? (Wanneer een manager in het bedrijfsleven zo’n kapitale blunder maakt waardoor hij ontslagen wordt, dan denkt u toch niet dat hij na een aantal jaar weer op dezelfde post wordt benoemd?)

7.                  Het is te prijzen dat een coalitie zoals wij die nu hebben, voornamelijk rechtse partijen, partijen die op landelijke niveau cultureel ondernemerschap denigrerend aanduiden als het hebben van een linkse hobby, 25 miljoen euro hebben uitgetrokken om iets aan het culturele aanbod van Alphen aan den Rijn te doen. Dat wil ik graag even duidelijk hebben. Als er een oprecht compliment uitgedeeld kán worden, dan moet dat ook gebeuren. Kennelijk zien onze rechtse vrienden alsmede de PvdA dat culturele uitingen voldoen aan de behoefte van alledaagse mensen zoals u en ik. Ik “verdenk” ze er zelfs van dat ze het wellicht stiekem ook wel leuk vinden om naar het theater te gaan, of een instrument bespelen en wellicht zelfs wel eens een boek lenen bij de bieb. Het is absoluut te prijzen dat het college en de coalitiegenoten in de raad graag meer samenwerking zien tussen de verschillende culturele instellingen in Alphen aan den Rijn.
Wat ik jammer vind, is dat kennelijk over het hoofd gezien wordt dat er vanuit die culturele instellingen zelf al steeds meer toegewerkt wordt naar samenwerking. De directeuren van de Muziekschool, Theater Castellum, Tienercentrum Max en Pop-, en Cultuurpodium Het Kasteel, hebben al geregeld overleg met elkaar en daar komen al mooie initiatieven uit voort.
Instellingen als Stichting PA en Arti et Religioni die een fantastisch samenwerkingsverband zijn aangegaan. Samenloop voor Hoop dat met verschillende culturele instellingen zaken doet om een fantastisch evenement neer te kunnen zetten straks. Martijn Feenstra die een prachtig voetbalevenement wil neerzetten en waar ondergetekende de ambassadeur van mag zijn. Dáár mag wat geld heen! Nee! Daar móét geld heen. Dat is wat de Alphenaar op de been brengt en houdt. En dan heb ik het nog niet eens gehad over al die talloze prachtige en misschien ook wel minder prachtige koren die Alphen aan den Rijn rijk is en die amper het hoofd boven water kunnen houden.
Alphen aan den Rijn is een broedplaats van talent: Sanne Wallis de Vries, Brainpower, Salah Edin, Robert de Hoog, de Coronelletjes enz. enz. enz.
Laten we met zijn allen zorgen dat die broedplaats er kan blijven voor al die grote namen van de toekomst en dat begint in het klein, en niet met een megalomaan bouwproject!

8.                 Tot slot: onze gemeenteraad is er in meerderheid van overtuigd dat, omdat zij in meerderheid vóór het cultuurhuisplan is, het DUS betekent dat de meerderheid van de Alphense bevolking vóór is.
Het verleden wijst echter anders uit. Een paar jaar geleden, het staat een ieder waarschijnlijk nog vers in het geheugen, was een meerderheid van de raad tegen de herbouw van zwembad de Thermen. Koppig hielden zij vol. “Wij zijn in meerderheid tegen herbouw, DUS is de bevolking dat.” De praktijk wees echter anders uit. Na verschillende acties uit verschillende lagen van de bevolking, met behulp van een aantal politieke partijen die toen in de oppositie zaten, keerde het college, en de “meerderheid” in de raad, ten langen leste het besluit terug en werden er plannen gesmeed om te herbouwen. Nu, na een aantal jaar, staat dat ding er nóg niet, maar dat terzijde.

Dit is dus, beste lezeressen en lezers, waarom ik, Herr von Sohland (wat uiteraard gewoon mijn eigen naam is, alleen een beetje opgepimpt, dat mag als artiest), tegen het cultuurhuis ben. Nu kan ik mij best voorstellen dat u mij hierin volkomen gelijk geeft, of wellicht deels. Als dat zo is, schroom dan niet om deze petitie te ondertekenen op http://alphenscultuurhuis.petities.nl/

Pax tecum!

donderdag 29 september 2011

Open brief aan Arie Slob

Geachte heer Slob,

Naar aanleiding van een aantal tweets tussen ons ten aanzien van prostitutie zend ik U deze mail waarin ik U uitleg waarom dat best een normaal beroep zou kunnen zijn.

Vooraf wil ik U graag melden dat ik vind dat de wijze waarop prostitutie momenteel bestaat niet in de haak is en dat de zaken waarover Maria Genova schrijft uiteraard verwerpelijk zijn. Daarover bestaat geen discussie. Het ging mij meer over Uw stelling dat prostitutie altijd seksuele uitbuiting is en in strijd zou zijn met de menselijke waardigheid.

Door de eeuwen heen zien we bij verschillende religieuze zingevingssystemen een seksuele moraal die geënt is op de idee dat seks vooral gericht moet zijn op het verkrijgen van nageslacht en plaats moeten hebben exclusief binnen de zetting van een huwelijk. Uiteraard een huwelijk tussen man en vrouw.
Daarnaast wordt binnen die religieuze zingevingssystemen gewezen op het feit dat het doel van het menselijk bestaan hier op aarde is een gerichtheid te hebben op datgene dat al dat aardse overstijgt. Binnen het Christendom is dat uiteraard een gerichtheid op God en het verwerpen van alles dat daar van afleidt. Laat ik mij beperken tot het Christendom.

Al vroeg in het Christendom ontstaat in de jonge Kerk een visie op de mensheid en wereld die gericht is op de afkeer daarvan. Er ontstaan allerlei stromingen die uiting willen geven aan deze aardse afkeer. Er trekken mensen letterlijk de woestijn in, keren zich af van de mensheid en zoeken in afzondering en gebed hun weg naar God.
Hierdoor ontstaan de eerste heremieten “kloostergemeenschappen.” Vaak worden de regels waarnaar deze mensen willen leven tot in het extreme doorgevoerd. Het gaat niet alleen maar om bijvoorbeeld seks (er gaat een onbewezen verhaal rond dat Origenes (185-253/254) eigenhandig zijn eigen geslachtsdeel zou hebben afgesneden), maar om alles dat een enigszins fysieke aangename ervaring zou kunnen opleveren. Zachte bedden, warme dekens, lekker klaargemaakte maaltijden, genotsmiddelen als alcohol, alles wordt afgewezen en men leeft in een waarlijk extreme situatie op zoek naar God.
Veel van deze mensen zijn door de vroege kerk gezien als lichtend voorbeeld voor het gewone volk en werden derhalve heilig verklaard (Origenes overigens niet). Uiteraard was het ontstaan van deze extreme vormen van aardse afwijzingen mede het gevolg van een sterke afkeer van de enorme decadentie die de Romeinse overheersers met zich meebrachten.

In de eeuwen die volgden, na de val van het Romeinse Rijk, ontstonden er allerlei echte kloostergemeenschappen waarvan die van Benedictus momenteel als de oudste wordt beschouwd. Als het gaat om het afwijzen van alle aardse zaken blijft men in de leefregels voor kloostergemeenschappen vasthouden aan extreme vormen van afwijzing. Deze extreme leefregels worden door seculiere geestelijken steeds meer als voorbeeld gebruikt om het volk, dat inmiddels massaal tot het Christendom bekeerd is (vaak gedwongen overigens), de juiste leefwijze voor te houden. Hierbij wordt matiging van aardse geneugten zeer gepromoot.

In de vroege 15e eeuw schrijft Thomas Haemerken (Thomas a Kempis) in zijn De Imitatione Christi het volgende (hoofdstuk 1):

Over de navolging van Christus en de versmading van alle ijdelheden der wereld

1. Wie Mij volgt,zegt de Heer, wandelt niet in de duisternis (Joh. 8:12). Dit zijn woorden van Jezus Christus, waardoor Hij ons aanspoort, Hem in zijn leven en deugden na te volgen, indien wij waarlijk verlicht willen zijn, en verlost van alle blindheid des harten. Dat dus onze voornaamste zorg zij, het leven van Jezus Christus te overwegen.

2. De leer van Christus gaat alle leringen van Heiligen te boven; en wie zijn geest bezat, zou daarin het verborgen manna vinden. Maar het gebeurt dat velen, die het Evangelie dikwijls horen, weinig zielsverlangen ondervinden omdat zij de geest van Christus niet bezitten. Wilt gij de woorden van Christus ten volle verstaan en er smaak in vinden, dan moet gij geheel uw leven aan het zijne trachten gelijkvormig te maken.

3. Wat zal het u baten dat gij over de Drievuldigheid diepzinnig kunt redetwisten, indien u de ootmoedigheid ontbreekt, en gij aldus aan de Drievuldigheid mishaagt? Voorwaar, diepzinnige woorden maken de mens niet heilig en rechtvaardig; maar een deugdzaam leven maakt hem aan Godbehaaglijk. Ik heb liever vermorzeling van het hart te gevoelen, dan er de bepaling van de kennen. Al kent gij geheel de Schriftuur van buiten, en al kent gij de spreuken der wijsgeren, wat zou u dit alles baten, zonder de liefde van God en zijn genade? IJdelheid der ijdelheden, en alles is ijdelheid (Eccl. 1:2), behalve God te beminnen, en Hem alleen te dienen. Door de verachting der wereld naar het rijk der hemelen streven, daarin bestaat de verhevenste wijsheid.

4. Het is dus ijdelheid, vergankelijke rijkdommen te zoeken, en zijn hoop daarin te stellen.Het is ook ijdelheid, ereambten na te jagen, en tot een hoge staat zich te verheffen, Het is ijdelheid, de lusten van het vlees in te volgen, en dit te verlangen, waarvoor men naderhand streng zal moeten gestraft worden. Het is ijdelheid een lang leven te wensen, en weinig bezorgd te zijn om wèl te leven. Het is ijdelheid, slechts te denken op het tegenwoordig leven, en niet te voorzien wat nog volgen moet. Het is ijdelheid, te beminnen, wat zo haastig voorbijgaat, en niet daarheen te snellen waar een eeuwige blijdschap woont.

5. Maak u dikwijls deze spreuk indachtig: Het oog wordt niet verzadigd van wat het ziet, en het oor niet bevredigd van wat het hoort (Eccl 1:8). Arbeid dan om uw hart los te rukken van de liefde der zichtbare dingen, en u tot de onzichtbare te keren; want die hun zinnelijkheid volgen, besmetten hun geweten, en verliezen de genade van God.

Thomas schrijft dit in een periode dat men binnen de Kerk zelf zou nauw niet meer neemt met de afwijzing van allerlei aardse zaken. Buiten het feit dat het daarmee een prachtig tijdsdocument is over de verloedering van Kerk en maatschappij waar hij tegenaan liep is het, bezien in het licht van zijn eigen leven toch enigszins tegenstrijdig te noemen, met name de 4e paragraaf.
De man is ongeveer 92 jaar oud geworden, wat extreem oud is voor iemand uit de 15e eeuw waarin mensen gemiddeld(!) op hun 35e het loodje legden. Er werd kennelijk zowel geestelijk als fysiek uitstekend voor hem gezorgd door de Augustijner orde waar hij toe behoorde. Dit uiteraard is dan al in tegenspraak te noemen met alles wat hij hierboven schrijft.

In de loop der eeuwen na Thomas, met de reformatie die in gang gezet werd door o.a. Maarten Luther (overigens ook een Augustijner monnik), zijn allerlei aardse afwijzingen in min of meerdere mate van minder belang geworden of zelfs in de vergetelheid geraakt.

Bij het contra-reformatische concilie van Trente werd o.a. vastgesteld dat priesters voortaan verplicht een celibataire staat van leven moesten hebben. De nadruk werd met deze (toen overigens zeer terecht te noemen) maatregel gelegd op seks als ultieme uiting van wereldlijkheid en het nastreven van fysiek genot.
Ondanks het feit dat er inmiddels verschillende kerkgenootschappen waren ontstaan bleef de invloed van de almachtige Roomse Kerk omtrent deze zaken onverminderd groot.

In de 19e eeuw culmineerde dit alles tot het zogenaamde Victoriaanse tijdperk. De extreem preutse koningin Victoria van Engeland dicteerde haar bizarre opvattingen aan de gehele wereld. Zo verbood zij bijvoorbeeld homoseksualiteit tussen twee mannen. Er was echter geen verbod op homoseksualiteit tussen twee vrouwen. Victoria had al een halve hartverzakking gekregen toen zij vernam dat er zoiets bestond tussen twee mannen, dat men haar niet meer durfde te vertellen dat er ook zoiets tussen twee vrouwen bestond. De anti-homoseksualiteitswet van Groot-Brittannië had het dan ook uitsluitend over mannen en werd pas eind jaren 80 van de 20e eeuw afgeschaft (!!!). Even buiten wat U en ik vinden van homoseksualiteit (u bent er tegen, ik niet), het tekent de bekrompenheid van die tijd.

Eind 19e eeuw ontstond er dan ook een stroming binnen de geestelijke gezondheidszorg die allerlei problemen in de psyche van de mens weet aan het onderdrukken van allerlei al dan niet deviante seksuele verlangens (Sigmund Freud cs).

De nadruk het afwijzen van aardse zaken kwam door dit Victoriaanse tijdperk in zijn geheel te liggen op het afwijzen van seksuele zaken. Over alle andere aardse zaken, zoals ik opgesomd heb in het eerste deel van dit schrijven, werd weliswaar gezegd dat men zich daarvan verre moest houden (er waren of zijn 7 hoofdzonden, waarvan onkuisheid er één is), uiteraard op straffe van zware straffen die men in het hiernamaals te wachten stonden, maar maatschappelijk maakte men zich er niet heel druk meer om.

In de 20e eeuw zijn die 7 hoofdzonden (Hoogmoed, Hebzucht, Onkuisheid, Afgunst, Onmatigheid, Woede en Gemakzucht) steeds meer op de achtergrond geraakt, behalve Onkuisheid.

De extreme vormen die de onzedelijkheid tegenwoordig aanneemt zijn exponent van een samenleving waar men zich aan de ene kant niks meer aantrekt van die andere 6 hoofdzonden (men kent ze niet eens meer) en aan de andere kant een extreme reactie op een extreme (Victoriaanse) moraal ten aanzien van Onkuisheid, zoals de vroege christenen extreem reageerden op de decadentie van de Romeinse Rijk.

Daar komt uiteraard nog bij dat in de Middeleeuwen lekker eten natuurlijk nooit onaangenaam was, maar seks wel. Het is voor niemand prettig seks te moeten hebben met iemand die zich nooit wast. Het moet in de Middeleeuwen dan ook één grote vieze bende zijn geweest. Vieze stinkende lijven die de van God gegeven opdracht zich voort te planten moesten uitvoeren. Seks was in die tijd ook gewoon letterlijk smerig!
In de 19e eeuw ging men hooguit nog maar 1 x in de week in een tobbe waar eerst de gehele familie al in was geweest.  Pas in de 20e eeuw  en dan met name na de Tweede wereldoorlog is men zich gaan realiseren dat dagelijkse hygiëne van groot belang is.

Wat is nu mijn punt?
Welnu: tegenwoordig vinden wij allen, Christenen niet uitgezonderd, zelfs geestelijken van grote kerkgenootschappen, dat bijvoorbeeld maaltijden niet alleen gezond moeten zijn, maar vooral ook lekker. Dat is uiteraard een korte fysieke bevrediging van een aardse behoefte.
Ook de andere hoofdzonden vinden wij tegenwoordig allemaal niet erg. Woede en Hoogmoed moeten kunnen, vinden wij. Wij noemen dat “recht op vrije meningsuiting” en een ieder moet maar van uit zijn aardse onderbuikgevoelens kunnen roepen wat hij wil. Aan Hebzucht hebben wij de huidige financiële crises te danken. Er is slechts een kleine groep binnen ons brede politieke spectrum dat zich druk maakt om dit soort aardse gedragingen van bijvoorbeeld bankiers. Ook Onmatigheid, Afgunst en Gemakzucht tieren welig. Ons hele economische systeem is geënt op deze drie hoofdzonden. Alles moet meer en alles moet gemakkelijker en beter dan de buurman (in het standaard handboek voor Sales wordt dat The Jones’ Theory genoemd).

Alleen over seks schijnen wij ons met zijn allen blijvend druk te maken. Uiteraard dient benadrukt dat zaken zoals waarover bijvoorbeeld Maria Genova schrijft, ten allen tijde verwerpelijk zijn en bestreden dienen te worden, maar dan gaat het in eerste en laatste instantie niet over het hebben van seks voor geld. Het gaat hier puur om machtsmisbruik.

Als het gaat om Onkuisheid (lust, wellustigheid) dan dienen we dús te constateren, vanuit een christelijke moraal, dat de bijzonder lekker klaargemaakte maaltijd absoluut bestreden moet worden. Zij appelleert aan onze gevoelens van Lust en bevredigd slechts een lichamelijke (aardse) behoefte. Onze maaltijden zouden dan slechts moeten dienen om in leven te blijven. Allemaal aan het astronautenvoer derhalve. Als de stelling dus is dat prostitutie per definitie uitbuiting is dan volgt uit die christelijke stelling dat restaurants dat dus ook zijn.

Om U het gras voor de voeten weg te maaien: uiteraard is dit een ridicule vooronderstelling.

Niemand zal in zijn hoofd halen om met droge ogen te beweren dat restauranthouders zich met iets platvloers bezig houden. Waarom zou een prostitue(e) die geheel uit eigen vrije wil zijn/haar seksuele diensten aanbiedt dat dan wel doen?
Uiteraard is de wijze waarop tegenwoordig prostitutie georganiseerd is en vertegenwoordigd in het straatbeeld (de Wallen, de beeldbuisbimbo’s op TV, porno-industrie e.d.) bijzonder ordinair en van een uitermate platvloersheid.
Dáár moet iets tegen gedaan worden!

Wij moeten af van de bekrompen christelijke moraal ten aanzien van seks en seksualiteit. Willen wij als christenen dat aardse paradijs, als Gods volk oderweg naar het Vaderhuis het nieuwe Jeruzalem ooit zien te bereiken, dan moeten wij omzien naar hoe dat paradijs eens was. Adam en Eva liepen naakt door dat paradijs. Pas toen zij aten van de vrucht van de Boom der Kennis, ontdekten zij hun naaktheid en gingen die bedekken alsof zij iets te verbergen hadden voor God, wat binnen de algemeen geldende christelijke visie nog steeds als een onmogelijkheid geldt.

Ingegeven door het 20+ eeuwen oude adagium dat God een boven ons uitstijgende Transcendente ver-weg manifestatie is, is binnen de theologie van tegenwoordig en in de visie van de meeste niet-kerkelijke gelovigen (en die zijn er meer dan wel-kerkelijke, zij hebben niet voor niets de instituties verlaten) God een Immanente manifestatie in het dagelijks leven gebleken.
God vertegenwoordigt het goede, zowel in de hemel als op aarde, zowel in het psychische als het fysieke en abstracte én het concrete. God zit dus ook in die maaltijd die erg lekker is, in het verdienen van een aardig salaris, in het verkrijgen van mooie, goede maatschappelijke posities en dergelijke.

Zoals wij dus met een gerust hart in een lekker warm bed mogen slapen, onze doelen mogen hebben om hogerop te komen binnen een bedrijf, mogen streven naar maatschappelijke betekenis, een lekkere maaltijd mogen klaarmaken en nuttigen, zo mogen wij ook gewoon seks hebben.

Zoals de restauranthouder zijn maaltijden mag verkopen, de beddenspecialist zijn luxe bedden mag verkopen, zo mag de prostitue(e) gewoon zijn/haar seksuele diensten aanbieden.

Nogmaals: tenzij er door mensen of maatschappelijke ellende toe gedwongen wordt en er geen sprake is van machtsmisbruik. Dat is waar U het over zou moeten hebben, niet over prostitutie als zodanig.

Zoals Maria Genova de meisjes (en wellicht ook jongens) kent die gedwongen zijn dit werk te doen en beland zijn in de ordinaire, platvloerse handen van seksexploitanten waarvan de exponenten te vinden zijn in iedere hoerenbuurt in Nederland, zo ken ik de mensen die geheel vanuit eigen vrije wil dit werk doen. Zij staan als een soort zzp-er gewoon in de arbeidsmarkt en houden zich verre van elke vorm van extremiteit. De mensen waarover ik het heb vindt men niet op de Wallen, niet in porno-films, niet op TV als beeldbuisbimbo en zeker niet als loverboy of mensenhandelaar terug!

Pax tecum

zaterdag 16 juli 2011

Rekent u even mee?

Afgelopen week moest ik mijn kelderbox leegruimen in verband met wateroverlast door de hevige regenbuien die Alphen teisterden. In één van de tasjes die ik doorworstelde kwam ik een supermarktbonnetje tegen. Op dat bonnetje stond dat ik, onder andere, brood had gekocht.

Het gaat hier om een grof volkorenbrood van AH. Een brood dat nog steeds veelvuldig verkocht wordt bij Albert Heijn. Ik zag dat ik voor dat brood 1,95 had betaald. Toen ik nog eens beter keek zag ik dat het bonnetje uit 2001 stamde. 1,95 in guldens derhalve.

Deel ik nu die 1,95 door 2,20371 (de deelfactor waarmee wij zijn doodgegooid met het aantreden van de Euro) dan heeft dat brood in 2001 in euro's 0,95 gekost. So far, so good.

Stel nu eens even dat in de afgelopen tien jaar de inflatie 6% per jaar bedroeg. Veel te hoog en gewoon maar een aanname van mij, maar wel expres veel te hoog, laat dat duidelijk zijn.

Op basis van die 6% zou dat zelfde brood nu, in 2011, 1,58 moeten kosten! Wanneer u nu echter bij Albert Heijn een grof volkorenbrood gaat kopen betaalt u 1,79. Eenentwintig cent meer dan op basis van mijn rekenmodelletje zou moeten.

Nu weet ik wel dat er allerlei andere factoren ook meespelen bij het bepalen van de prijs, maar als brood nu zelfs duurder is dan zou moeten volgens een rekenmodelletje met een volslagen ridicuul hoog inflatiepercentage, dan is voor mij duidelijk aangetoond dat wij, doodnormale consumenten, in de afgelopen tien jaar aardig belazerd zijn door "de markt".

Het is nog steeds klip en klaar dat die hele Euro er nooit had moeten komen, maar omdat die ons ongevraagd opgedrongen is, had er een veel betere en strengere controle moeten zijn.

Ik pleit ervoor dat de prijzen van eerste levensbehoeften alsnog goed doorgerekend worden door een onafhankelijke economische commissie, waarbij hun bevindingen als bindend worden beschouwd en consumentenprijzen naar beneden worden bijgesteld.

Pax Tecum!