woensdag 6 april 2011

Kopvodden?

Ik wilde het dit in blog maar eens hebben over hoofddoekjes. Hoofddoekjes? Ja, hoofddoekjes!
Er wordt me de laatste tijd zoveel onzin geschreven over hoofddoekjes dat ik het hoog tijd vond om mijn visie over deze vorm van hoofdbedekking maar eens met u te delen, mijn beste lezer(es).

Moslima’s dragen hoofddoekjes, niet allemaal, maar toch wel een groot deel van de in Nederland en de wereld verblijvende moslima’s. Er wordt in de media over het algemeen nogal laatdunkend gedaan over het dragen van zo’n ding, met name vanuit PVV-hoek. Nu we op TV ook worden vergast door het o zo gemiste rechtse geluid wordt er steeds meer klinkklare onzin de ether in geslingerd. Met name het giftig sarcasme van PowNews is daar bij simpelweg stuitend te noemen.

Laten we nu simpelweg eens kijken waar het vandaan komt, het dragen van die hoofddoek en of het eigenlijk wel zo specifiek Islamitisch is.

De Islam is ontstaan in Saoedi Arabië. Een land dat gekenmerkt wordt door het feit dat het eigenlijk niets anders is dan één grote zandbak. Woestijn, woestijn en nog eens woestijn. O ja, en hier en daar een oase. Met name in plaatsen als Medina en Mekka, die zo mooi op de handelsroute naar Oman en Jemen lag waar Joodse en Christelijke handelaren heen trokken om de wierook te kopen die zo nodig was voor hun respectievelijke erediensten.

De bovenstaande alinea behelst twee belangrijke zaken. 1. In een woestijn is het handig om volledig lichaamsbedekkende kleding te dragen. Dat deed men daar al vóór dat er sprake was van de Islam. Tot zover niets Islamitisch dus.
2. Toen Mohammed zijn openbaringen kreeg was hij, als zoon van een handelaar, veelvuldig in contact geweest met Joodse en Christelijke handelaren. Dit verklaart eenvoudig waarom de teksten in de Koran zoveel gelijkenissen vertoont met wat in de TeNaCh en het Nieuwe Testament staat.

Waarbij ik kom aan het volgende. Ook het Jodendom is onstaan in een woestijnklimaat. Ook de Hebreeën (uit wie het joodse volk is ontstaan) droegen lichaamsbedekkende kleding om zich te wapenen tegen stof, zand en verzengende hitte. Het Jodendom heeft het bedekken van het hoofd uiteindelijk ver-religieust (mooi woord hè?). Orthodox joodse vrouwen dienen nog steeds hun hoofd te bedekken. Ook in de Tempeldienst en de Sjoel (synagoge) was het de bedoeling dat mannen het hoofd bedekten, met name tijdens het gebed. Zij gebruiken hier nog steeds de tallied voor. Joodse mannen dragen keppeltjes. Ook dat is een hoofdbedekking vanuit religieus standpunt gedragen.

Het Christendom is voortgekomen uit het Jodendom. Daar bestaat geen twijfel over. Jezus was een jood, leefde, werkte en stierf als een jood. Ook hij heeft in de Tempel en de Sjoel zijn tallied gedragen. In het Christendom is het, bij sommige gezindten, nog steeds gebruikelijk dat vrouwen hun hoofd bedekken in het aanschijn van God. In Oost-europese Orthodoxe kerken dragen vrouwen nog steeds vaak een hoofddoek als zij de deur uit gaan. Meer cultureel bepaald tegenwoordig, maar het komt daar wel vandaan.
In westerse christelijke kerken gebeurt het nog steeds dat vrouwen een hoed dienen te dragen als zij naar de kerk gaan, met name bij Christelijk-Gereformeerden en de zogenaamde artikel 31 gemeenten.
In (Rooms)Katholieke kerken zien we dit gebruik nog steeds bij bisschoppen en kardinalen, die wanner zij spreken vanuit hun leergezag een mijter dragen en daarbuiten een keppeltje. Ook zien wij bij verschillende monniken het gebruik van hoofdbedekking bij het bidden van het brevier om nog maar niet te spreken van de vrouwelijke ordes en congregaties.

Terug naar de Islam. Het bedekken van het hoofd vanuit religieus oogpunt staat niet eens heel direct in de Koran. Er staat dat vrouwen én mannen zich decent dienen te kleden om geen aanstoot te geven. Dit in tegenstelling tot de Tora, waarin tot op het laatste zoompje wordt aangegeven hoe een jood zich dient te kleden.

Het betekent kortweg dat het bedekken van het hoofd zich in alledrie de godsdiensten van Het Boek, Jodendom, Christendom, Islam een religieuze functie heeft, maar dat ze bij alledrie uiteindelijk voortkomt uit de geografische achtergrond waarin zij zijn ontstaan. Dat het gebruik van de hoofddoek uiteindelijk religieus is geduid is derhalve niet erg. Zeker niet als we eens bekijken wat bijvoorbeeld het Jodendom en het Christendom zoal door de eeuwen heen verjoodst en verchristelijkt heeft.

Iemand die een hoofddoek draagt, kan dat vanuit religieus oogpunt doen, dat is zeker waar, maar het mag uiteindelijk dan toch voornamelijk een cultureel gebeuren genoemd worden. Tot diep in de jaren tachtig ging mijn moeder de deur niet uit zonder een lap stof om haar hoofd heen te knopen. In haar geval om te voorkomen dat haar kapsel zou verwaaien of verregenen (geografische reden), maar ook omdat zij nog heel lang heeft geloofd dat dat het vereiste modebeeld was voor vrouwen zoals zij (culturele reden).

Leven en laten leven. Dat is mijn conclusie als het gaat om het al dan niet dragen van een hoofddoek. In de Nederlandse maatschappij hebben we tal van subculturen waarin mensen rondlopen in opvallende kleding waarin ik nog niet dood gevonden zou willen worden.

Als mensen hun geschiedenis een beetje kennen dan weten ze dat dat al eeuwen lang het geval is in Nederland.

In de 17e eeuw kwamen allerlei verdreven bevolkingsgroepen naar Nederland omdat wij hier een tamelijk praktisch tolerante maatschappij hadden. Sefardische Joden uit Portugal en Spanje (maar ook verdreven Moslims), Ashkenazische Joden uit Oost-Europa. Hugenoten uit Frankrijk die daar vervolgd werden. Katholieken uit Duitsland en Scandinavië, die daar hun leven niet zeker waren. Allemaal kwamen ze naar Nederland.

Aan het begin van de 17e eeuw groeide Amsterdam in twintig jaar tijd drie maal uit zijn voegen. Geen inburgeringscursussen, geen uitkeringen, niemand sprak de taal, iedereen moest werken voor de kost. De Criminaliteit rees de pan uit, want er was simpelweg niet voor iedereen werk in zo’n korte tijd, net zo goed als het aantal daklozen.

Als Wilders cs en de rechtse ballen van PowNews en Wakker Nederland daar nu eens iets over zouden lezen dan komen ze maar tot één conclusie: al die buitenlanders hebben uiteindelijk alleen maar geleid tot wat wij nu onze Gouden Eeuw noemen. Zij zijn op geen enkele wijze een gevaar geweest voor onze samenleving. Zij hebben een enorme verrijking betekent voor onze taal, ons cultureel erfgoed en de staatskas.

Terug naar de hoofddoek. Ik stel bij deze voor dat iedere weldenkende Nederlandse vrouw de volgende keer dat ze naar de Hema gaat een hoofddoek draagt en dat iedere weldenkende Nederlandse man bij de plaatselijk moskee gaat navragen van wie ze die enige gehaakte petjes kunnen bekomen die moslim-mannen met enige regelmaat over hun schedel trekken.

Persoonlijk ga ik eens op zoek naar een onvervalste bisschopskeppel.

Pax Tecum

Martijn

dinsdag 29 maart 2011

Brief aan Bas Eenhoorn

Geachte Heer Eenhoorn,
"U mag vinden wat U wil." Dat is het adagium dat al sinds twee eeuwen Koninkrijk der Nederlanden hoog in het vaandel staat van partijen ter linker zowel als ter rechter zijde van het politieke spectrum.

Dat mensen ongeremd en ongefundeerd mogen zéggen wat ze vinden is een "verworvenheid" sinds Pim Fortuin, zwaar gecultiveerd door Geert Wilders.
Het één en ander betekent dat mensen geen blad voor de mond nemen en hun meningen de digitale wereld in sturen nog voor dat zij goed hebben nagedacht over hun argumenten en dat zouden zij wellicht wat minder moeten doen of eerst beter moeten nadenken.
Tot zover ben ik het met U eens.

Dan nu mijn boze reactie: hoe haalt U het in Uw hoofd om als waarnemend burgemeester mij (en anderen) via de media te moeten melden dat ik moet stoppen met het leveren van kritiek op nog te installeren wethouders.

Het is een feit dat het verleden van Helene Oppatja niet helemaal zuiver op de graat is (golfbaanperikelen) en dat op Kees van Velzen zware verdenkingen rusten van baantjesjagerij.

Dat zijn feiten en daar MAG ik iets van zeggen. Het heeft geen pas dat U mij dat tracht te verbieden. Het is duidelijk dat U kennelijk ook niet helemaal (of beter gezegd: helemaal niet) door hebt hoe de modene media van invloed zijn op het maatschapelijk debat en hoe weldenkende burgers via die media commentaar leveren op datgene wat volksvertegenwoordigers doen. U bent ook een volksvertegenwoordiger.

Door dit soort opmerkingen plaatst U zichzelf boven die functie waarmee U zichzelf losweekt van dat volk. Dat kan en mag niet de bedoeling zijn. Als VVD-er bent U de vertegenwoordiger van dat smaldeel van het electoraat dat op VVD gestemd heeft. Als (waarnemend) burgemeester zou U ook mij moeten vertegenwoordigen.

Juist U zou nu boven de partijen moeten staan (als is dat natuurlijk lastig met partijgebonden burgemeesters).
Juist U zou zich rekenschap moeten geven van wat intelligente burgers van Alphen aan den Rijn te zeggen hebben over de gang van zaken in de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders.

Het gaat derhalve niet aan dat U in diezelfde media weet te melden dat mensen hun mening niet meer mogen geven over zaken die zo klaar zijn als een klontje, namelijk de totale verwijdering van politici van hun eigen electoraat, met name als ze de baantjes binnen (bereik) hebben.

Ik eindig mijn bericht aan U met vriendelijke groet, maar sluit af met een welgemeend: FOEI!

Martijn

donderdag 17 maart 2011

Brief aan Hans Disch

Geachte Heer Disch, Beste Hans, broeder,
Ooit heb ik Theologie gestudeerd. Als Rooms jongetje was ik overtuigd van een aantal waarheden die uiteindelijk hebben geleid tot mijn keuze voor dat vak.
Al aan het einde van het eerste jaar aan deze theologische school (overigens een school met een bisschoppelijk nihil obstat) waren alle poten onder mijn stoel vandaan gezaagd en wist ik echt niet meer wat te geloven laat staan te belijden.

Ik koos er toch voor mijn weg te zoeken in het permanente diakonaat van de roomse kerk, tot mijn vrouw een echtscheiding aanvroeg en ik vervolgens in de analecta van het bisdom Rotterdam mocht lezen dat ik mij had teruggetrokken als kandidaat. Zonder gesprek, zonder overleg, nooit meer wat gehoord van Mgr. van Luijn. Dit even over christelijke moraal van roomse huize als inleiding op het volgende:

Machiel heeft het over gereformeerden en de SGP, in het bijzonder over Kees van Velzen. Ik zal het niet over Kees hebben, maar wel over het Christendom in het algemeen.
Als er één ding is dat ik geleerd heb op die theologische school (overigens een studie die ik iedereen aan kan raden) is dat christenen als zodanig niets, maar dan ook niets in de politiek te zoeken hebben.
De allereerste christelijke gemeenten hielden zich, juist om geloofsredenen, af. De eerste en belangrijkste taak van een christen is het zich richten op God ten einde zijn eigen zaligheid te vewerven. Politiek is werelds en daar diende men zich verre van te houden. Verschillende perikopen in de evangeliën ondersteunen deze idee en wat interessanter is: verschillende apocriefe (gnostische) geschriften uit de eerste en tweede eeuw zijn er zeer expliciet over. Jammer genoeg worden de evangeliën vaak zeer selectief gelezen en vaak door (halve) leken uitgelegd.

Jezus verscheen na zijn opstanding het eerst aan een vrouw. Waarom? Was het dan niet logischer geweest eerst aan zijn mannelijke leerlingen te verschijnen? In de apocriefen wordt gewag gemaakt van het leergezag van Maria waarbij Simon Petrus op zijn donder krijgt als hij (geheel volgens politieke morus van zijn tijd) Maria aanvalt op haar optreden: "Als het de Heer heeft behaagd haar in te wijden, wie zijn wij dan om daar tegen in te gaan?" (Evangelie van Maria Magdalena, Nag Hammadi).

Het heeft dus geen pas met iemand in zee te gaan die onderschrijft dat vrouwen geen broeken mogen dragen (volslagen idioot idee, theologisch niet te handhaven) en geen openbare functies zouden mogen bekleden (zowel bijbels als apocrief alsmede theologisch niet te handhaven (lees de werken van Dorothee Sölle of Karen Armstrong eens).

Dat Machiel het CDA verwijt een ruk naar rechts te maken is derhalve geen loos verwijt, mits we "rechts" hier definieren als een christelijke meritus die staat in een traditie die begonnen is met de grote kerkvaders als Augustinus van Hippo en Cyrillus van Alexandrië, die met het tot staatsgodsdienst verheffen van het christendom door Keizer Theodosius macht proefden en kregen. Het is dan lastig om nog vast te houden aan de zuiverheid van het belijden van de afkeer van het seculiere. De geest is gewillig (in ieder geval tijdens de (wekelijkse) godsdienstoefeningen), maar het vlees is zwak.

Mijn appèl aan het CDA (maar ook de CU en in het bijzonder aan de SGP) zou dan ook zijn: hef uzelf op. Of stop uzelf christen te noemen! Als u besluit christen te zijn: u heeft niets in de politiek te zoeken. Als u besluit politiek te bedrijven zou u zich eigenlijk geen christen meer kunnen noemen.

Tot slot: uw antwoord, (als u mij al antwoordt) zal naar ik nu vast meen, één grote apologie zijn op het optreden van het CDA en andere christelijke partijen in het algemeen en een apologie voor uw keuze voor een (voormalige) SGP-er als wethouder.
Ik neem u dat bij voorbaat niet kwalijk. Van harte hoop ik slechts dat u ooit eens wakker wordt (en met u de hele "christelijke" politiek) en bedenkt waar als christen de prioriteit moet liggen van uw geloofsmeritus.

Pax tecum!

Martijn

maandag 7 maart 2011

Sterrenkijken

Er glijdt een dikke kattenreet
langs mijn schouder en mijn borst
naar mijn schoot toe, waar
op dat moment mijn laptop staat,
zodat ik in plaats van naar mijn scherm
een kattenster in staar.
Mijn avond is compleet.

maandag 28 februari 2011

Het nieuwste wereld blog

Lezer dezes,

Vanaf heden ende vandaag is het voor U mogelijk een nieuw blog te volgen, namelijk dit. Nu zal er in dit eerste blog niet zoveel nieuws en belangrijks te lezen zijn anders dan dat dit dus een nieuw blog is en dat ik het schrijf, toch leek het mij handig ende verstandig om dit wel te melden.
Kijk! Ik zie het zo. Als er iets te melden valt, dan moet je het melden, maar als er niets te melden valt ook!
Dit is enigszins zoniet geheel analoog aan mijn levensmotto: als je iets te vieren hebt, vier het dan. Als je niets te vieren hebt ook!

Doordat ik U nu zojuist mijn levensmotto heb medegedeeld, zou het kunnen lijken of dit blog alleen maar zal gaan over gezelligheden en andere leuke zaken. Welnu: niets is minder waar.

Ik zal U, beste lezer(es), kond doen van allerlei zaken waar mijn aandacht naar uitgaat en waarvan ik vind dat ik er iets over heb te melden. Het is dan vervolgens aan U om daar al dan niet iets mee te doen.

Mocht U dan, na het lezen van mijn hersenspinsels, besluiten om er niets mee te doen weet dan dit: Niets is niet niets. Niets is per definitie iets, omdat wij in staat zijn om het niets te denken. Niets zou per definitie niets zijn als wij niet in staat zouden zijn het te denken Niets is derhalve hetzelfde als iets. Met andere woorden: Als niets dus niet per definitie niets is maar iets, dan heb ik U dus lekker tuk!
Want als U zou besluiten er niets mee te doen dan heeft U er per genoemde definitie toch iets mee gedaan.

Welnu. Ik zal U niet langer ophouden. Het wordt voor mij ook tijd om de bedstede op te zoeken en de luiken te sluiten. Welterusten, waarde lezer(es). Ik verkneukel mij bij de gedachte dat U waarschijnlijk niet kunt wachten tot mijn volgende bijdrage.

Pax tecum